City guide Breda

Stadsontwikkeling[bewerken]

Breda 1743, gegraveerd door B.F. Immink

Breda 1869[2]

Tot 1535 was Breda een ommuurde stad. Buiten de muren ontstonden een aantal nederzettingen aan de uitvalswegen, namelijk BoscheindGinnekeneind en Haagdijk. Toen de stadsmuren werden vervangen door een omwalling, hetgeen tussen 1531 en 1543 geschiedde, werden genoemde nederzettingen aan de binnenstad toegevoegd. De tussenliggende ruimten werden in de loop van de 18e eeuw door militaire activiteiten ingenomen. Stadsbranden in 1490 en 1534 noopten tot de bouw van stenen in plaats van houten huizen. De welvaart in de stad nam ondertussen toe door de lakenhandel, de overslagfunctie van de stad, en de aanwezigheid van het hof van de Nassaus. Na de Tachtigjarige Oorlog bleef slechts de functie van vestings- en garnizoensstad over. De functie van vestingstad maakte dat de oppervlakte van Breda beperkt bleef, daar de stad door de vestingwallen was ingesloten. Het omringende platteland behoorde tot gemeenten als GinnekenPrincenhage en Teteringen.

Een nieuwe bloeiperiode begon in de tweede helft van de 19e eeuw. Breda kreeg, buiten de omwalling, een station in 1864, waarna het uiteindelijk tot een spoorwegknooppunt werd. Vanaf 1869 werden de vestingwerken ontmanteld naar plannen van F.W. van Gendt, zodat ruimte vrijkwam voor de bouw van woningen, industrie, kazerne- en kloostercomplexen. Tussen de binnenstad en het station, en aan de zuidzijde, werden monumentale woningen gebouwd. Pas in 1927 was het mogelijk om grote delen van de omliggende gemeenten te annexeren, waarop tal van uitbreidingsplannen tot stand konden komen. Zo ontstond de wijk Zandberg, met typische jaren 30 stijl gebouwde huizen, op geannexeerd gebied van Teteringen en werd de toenmalige Burgemeester Verdaasdonkstraat omgedoopt tot de Wethouder Romboutsstraat naar degene die de annexatie had geïnitieerd. Nadat in 1942 ook de gemeenten Ginneken en Princenhage bij Breda waren gevoegd, konden deze kernen eveneens met nieuwbouwwijken omsloten worden. De dorpskernen zijn echter als zodanig nog bewaard gebleven.

In de jaren 60 van de 20e eeuw vonden er grootschalige ingrepen plaats, zoals de aanleg van een cityring om de binnenstad, en het dempen van de Oude Haven in 1966. In 2008 werd deze echter weer in gebruik genomen, na opnieuw te zijn uitgegraven. Ook de sloop van de neogotische kerken in de binnenstad vond plaats in de jaren 70 van de 20e eeuw. Ondertussen werden vele van de traditionele fabrieken, die langs het spoor waren verschenen, gesloten en deze werden gesloopt. Dit proces vond in het eerste decennium van de 21e eeuw plaats. Daarnaast werden in 1993 een aantal grote historische kazernecomplexen door de militairen verlaten. Deze complexen kregen eveneens een nieuwe functie.

Eind 20e eeuw was Breda opnieuw uitgegroeid tot een belangrijk knooppunt halverwege de havensteden Rotterdam en Antwerpen. Vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw werden ook omvangrijke uitbreidingsplannen ten noorden van de stad uitgevoerd, met name Haagse Beemden, waar woningen en kantoren verrezen. In 1988 werd daar ook Station Breda-Prinsenbeek geopend. De bouw van het nieuwe Centraal Station Breda duurt tot medio 2016. Gebruiken medio 2012 nog elke dag circa 27.000 mensen het station, in 2020 zal dit ongeveer 57.000 zijn. Het nieuwe station telt daarom zes sporen en drie perrons, waar per uur zestien treinen aankomen en vertrekken. Vier van die zestien zijn hogesnelheidstreinen.